ECLI:NL:RVS:2003:AH8617
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- C. Taal
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning opslag meststoffen wegens onbevoegd gezag en onvoldoende informatie
Bij besluit van 29 april 2002 verleende het college van burgemeester en wethouders van Noord-Beveland een vergunning aan een besloten vennootschap voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor het opslaan van meststoffen in mestzakken. De vergunning betrof opslag van dierlijke mest en overige organische meststoffen op een perceel in de gemeente Wissenkerke.
Appellanten stelden beroep in tegen dit besluit. De Raad van State oordeelde dat het niet kon worden uitgesloten dat in de mestzakken zuiveringsslib werd opgeslagen, wat mogelijk als afvalstof moet worden aangemerkt. Hierdoor was het college van gedeputeerde staten van Zeeland bevoegd gezag in plaats van het college van burgemeester en wethouders. Tevens ontbrak in de aanvraag essentiële informatie over de aard en herkomst van de opgeslagen stoffen, waardoor verweerder niet redelijkerwijs kon beoordelen of hij bevoegd was.
De Raad van State stelde vast dat door inhoudelijk te beslissen zonder voldoende informatie is gehandeld in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De beroepen werden gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens onbevoegd gezag en onvoldoende informatie in de aanvraag.