ECLI:NL:RVS:2003:AH8618
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- C. Taal
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning opslag meststoffen wegens onbevoegd gezag en onvoldoende informatie
Bij besluit van 29 april 2002 verleende het college van burgemeester en wethouders van Noord-Beveland een vergunning aan appellante voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor het opslaan van meststoffen in mestzakken. De aanvraag betrof opslag van dierlijke mest en overige organische meststoffen op een perceel te Kortgene. Appellante stelde beroep in tegen dit besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het niet kon worden uitgesloten dat in de mestzakken zuiveringsslib werd opgeslagen, dat mogelijk als afvalstof moet worden aangemerkt. In dat geval is het college van gedeputeerde staten van Zeeland bevoegd gezag en niet het college van burgemeester en wethouders van Noord-Beveland. Tevens ontbrak in de aanvraag essentiële informatie over de aard en herkomst van de stoffen in de mestzakken, waardoor niet kon worden beoordeeld of sprake was van afvalstoffen.
Door toch inhoudelijk op de aanvraag te beslissen heeft verweerder gehandeld in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en appellante werd het betaalde griffierecht vergoed. De zaak werd behandeld door een enkelvoudige kamer op 10 april 2003 en het vonnis werd uitgesproken op 25 juni 2003.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens onbevoegd gezag en onvoldoende informatie.