ECLI:NL:RVS:2003:AH8623
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Oosting
- H. Borstlap
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Vergunningverlening voor lozing niet verontreinigd hemelwater en afvalwater bij Eemscentrale
Bij besluit van 22 februari 2002 verleende de Minister van Verkeer en Waterstaat aan Electrabel Nederland n.v. een vergunning voor het lozen van niet verontreinigd hemelwater en restlozing van afvalwater bij de Eemscentrale. Appellanten, waaronder de Waddenvereniging, maakten bezwaar tegen dit besluit en stelden onder meer dat aansluiting op het gemeentelijke riool mogelijk en goedkoper zou zijn, en dat de lozing zou leiden tot een te hoge nutriëntenemissie en onvoldoende bescherming van het oppervlaktewater.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de Eemscentrale een eigen riool heeft dat op zee loost en dat aansluiting op het gemeentelijke riool op vijf kilometer afstand kostbaar en onredelijk was. De vergunningverlening was daarom redelijk. Verder werd vastgesteld dat de kwaliteit van het afvalwater wordt beoordeeld vóór vermenging met koelwater en dat de verdunning met koelwater alleen relevant is voor de beoordeling van acute toxiciteit. Het deskundigenbericht bevestigde dat de lozing geen significante verslechtering van het watersysteem veroorzaakt en geen acuut toxische effecten oplevert.
De stelling van appellanten over de lozing van spuiwater van de koeltorens werd niet nader onderbouwd en kon daarom niet tot vernietiging leiden. De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunningverlening voor lozing bij de Eemscentrale wordt ongegrond verklaard.