ECLI:NL:RVS:2003:AH8624
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Oosting
- H. Borstlap
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning Eemscentrale wegens onvoldoende milieumotivatie en fakkellocatie
Bij besluit van 15 april 2002 verleende het college van gedeputeerde staten van Groningen een vergunning aan Electrabel Nederland n.v. voor het veranderen van de Eemscentrale. Appellanten, waaronder de Waddenvereniging, stelden beroep in tegen dit besluit. De Raad van State oordeelde dat het beroep deels niet-ontvankelijk was, maar ontvankelijk en gegrond voor de punten betreffende emissies van schadelijke stoffen en de locatie van de fakkel.
De Afdeling bestuursrechtspraak constateerde dat de motivering voor de vergunde emissies, met uitzondering van kwik en zwaveldioxide, onvoldoende was en dat de emissieruimte niet inzichtelijk was verantwoord. Tevens was de toepassing van de minimalisatieverplichting uit de Nederlandse Emissierichtlijnen Lucht niet adequaat gemotiveerd. Daarnaast was de vergunning onrechtmatig verleend omdat de fakkellocatie ongunstig was voor vogels en de vergunninghouder slechts een voorstel voor een alternatieve locatie hoefde in te dienen, wat niet voldeed aan de eisen van de Wet milieubeheer.
De Raad vernietigde het besluit in zijn geheel, oordeelde dat het college van gedeputeerde staten in de proceskosten moest worden veroordeeld en dat het betaalde griffierecht aan appellanten moest worden vergoed. De overige beroepsgronden werden ongegrond verklaard. De uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering en zorgvuldige milieutoetsing bij vergunningverlening.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening aan Electrabel Nederland n.v. wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en onjuiste toepassing van milieuregels.