ECLI:NL:RVS:2003:AH8634
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- K. Brink
- J.G.C. Wiebenga
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Vernietiging revisievergunning vanwege verslechtering stankhinder nabij woning
Bij besluit van 19 augustus 2002 verleende het college van burgemeester en wethouders van Putten een revisievergunning voor een rundvee- en nertsenhouderij op een perceel te Putten. De vergunning betrof het houden van 11 vrouwelijk jongvee, 400 nertsen en 189 vleeskalveren. De vergunning werd verleend op grond van de Wet milieubeheer en was ter inzage gelegd.
De vereniging Milieu-Offensief stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat de vergunning onterecht een verkleining van de afstand tot een nabijgelegen niet-agrarische woning toestond, met name door het verplaatsen van vleeskalveren van stal E naar stal C. Dit zou leiden tot een verslechtering van de stankhinder, ondanks dat de minimale afstand volgens de Richtlijn veehouderij en stankhinder 1996 werd aangehouden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat hoewel de vergunning voldeed aan de minimale afstandseisen, de verplaatsing van het emissiepunt van de vleeskalveren dichter bij de woning leidde tot een verslechtering van de stankhinder ten opzichte van de eerder vergunde situatie. Gezien de reeds overbelaste situatie was dit onaanvaardbaar. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de revisievergunning vernietigd wegens verslechtering van de stankhinder nabij een woning.