ECLI:NL:RVS:2003:AH8635
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Konijnenbelt
- H. Borstlap
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen bestuursdwang bij onjuiste mest- en afvalopslag
Appellanten werden door het college van burgemeester en wethouders van Elburg onder bestuursdwang gesteld om voor 1 augustus 2001 het vee van hun inrichting te verwijderen en de locatie te ontdoen van mest, gier en afvalstoffen, met sluiting van de inrichting voor drie maanden. Dit besluit was gebaseerd op overtredingen van voorschriften uit het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer.
Appellanten voerden aan dat het besluit onvoldoende duidelijk was over de overtreden voorschriften en de te nemen maatregelen, dat het bestuursorgaan niet bevoegd was tot bestuursdwang, en dat zij door de mond-en-klauwzeer-crisis niet in staat waren de situatie te herstellen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het besluit duidelijk de overtreden voorschriften en maatregelen vermeldde, dat de bevoegdheid tot bestuursdwang terecht was uitgeoefend en dat de crisis geen belemmering vormde.
Na afweging van de belangen concludeerde de Afdeling dat het bestuursorgaan in redelijkheid tot bestuursdwang kon overgaan om de milieuovertredingen te beëindigen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot bestuursdwang is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.