ECLI:NL:RVS:2003:AH8638
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- C. Taal
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning opslag meststoffen wegens onbevoegd gezag en onvoldoende informatie
Bij besluit van 29 april 2002 verleende het college van burgemeester en wethouders van Noord-Beveland een vergunning aan appellante voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor opslag van meststoffen in mestzakken. Appellante stelde beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft vastgesteld dat de aanvraag betrekking had op opslag van meststoffen in twee mestzakken, waarvan één mogelijk zuiveringsslib bevat dat als afvalstof kan worden aangemerkt.
Volgens de Europese Richtlijn 75/442/EEG en jurisprudentie van het Hof van Justitie is de kwalificatie van een stof als afvalstof afhankelijk van de omstandigheden en het voornemen zich ervan te ontdoen. Het Besluit kwaliteit en gebruik overige organische meststoffen definieert onder meer zuiveringsslib, dat onder bepaalde voorwaarden als afvalstof kan gelden. De Afdeling concludeerde dat het college van burgemeester en wethouders niet bevoegd was om de vergunning te verlenen als het zuiveringsslib als afvalstof moet worden beschouwd; die bevoegdheid ligt bij gedeputeerde staten.
Daarnaast ontbrak in de aanvraag essentiële informatie over de aard en herkomst van de opgeslagen stoffen, waardoor verweerder niet redelijkerwijs kon beoordelen of hij bevoegd gezag was. Hierdoor is het besluit in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht genomen. Het beroep is gegrond verklaard en het besluit vernietigd. De Afdeling gelast vergoeding van het betaalde griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening is vernietigd wegens onbevoegd gezag en onvoldoende informatie in de aanvraag.