ECLI:NL:RVS:2003:AH8643
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vergunning grondwateronttrekking voor bouw kantoorvilla’s in Heemstede
Bij besluit van 21 mei 2002 verleende gedeputeerde staten van Noord-Holland een vergunning aan een vergunninghouder voor het onttrekken van grondwater aan de Glipperweg 3-5 te Heemstede, ten behoeve van de bouw van vier kantoorvilla’s met ondergrondse parkeergarage. Appellanten stelden beroep in tegen dit besluit en voerden onder meer aan dat het onderzoek naar de gevolgen van de grondwateronttrekking onvoldoende was, dat voorschriften ontbraken die het gebruik van de vergunning afhankelijk zouden maken van een onherroepelijke bouwvergunning, en dat onvoldoende garanties bestonden ter voorkoming van schade aan bomen en woningen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het bevoegd gezag terecht geen voorschrift had verbonden aan de vergunning dat deze alleen gebruikt mocht worden bij een onherroepelijke bouwvergunning, omdat voorschriften slechts ter bescherming van belangen bij het grondwaterbeheer kunnen worden gesteld. Ook was de wijziging in het bouwplan geen reden voor nader onderzoek voorafgaand aan het besluit, mede omdat monitoring en maatregelen voor het beschermen van bomen via voorschriften waren geregeld.
Verder concludeerde de Afdeling dat de voorschriften en maatregelen voldoende garanties boden om schade aan bomen en woningen te voorkomen. Het deskundigenbericht bevestigde dat de effecten van de grondwateronttrekking goed waren onderzocht en dat de voorgestelde maatregelen adequaat waren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de vergunning met de daaraan verbonden voorschriften gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor grondwateronttrekking is ongegrond verklaard en de vergunning met voorschriften gehandhaafd.