ECLI:NL:RVS:2003:AH8658
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. Schaafsma
- J.A.M. van Angeren
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vergunning voor op- en overslag inrichting wegens voldoende milieubescherming
Bij besluit van 15 augustus 2002 verleende het college van burgemeester en wethouders van Breda een vergunning aan een vergunninghoudster voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor het op- en overslaan van zand, grind, grond, natuursteen en AVI-slakken. Appellanten, twee ondernemingen gevestigd te Breda, maakten bezwaar tegen deze vergunning en stelden dat de aan de vergunning verbonden voorschriften onvoldoende bescherming boden tegen stof- en geluidhinder.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de vergunninghouder bij het opstellen van de voorschriften aansluiting had gezocht bij de Nederlandse Emissie Richtlijnen Lucht (Ner) en dat de voorschriften voldoende bescherming boden tegen stofhinder. Tevens werd geoordeeld dat het vermeende strijdigheid in de vergunning en de toepassing van stuifklassen niet in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel.
Ten aanzien van geluidhinder stelde de Afdeling vast dat de geluidvoorschriften waren gebaseerd op een zorgvuldig akoestisch rapport en dat de bijdrage van de inrichting aan de geluidbelasting binnen de wettelijke normen bleef. Ook werd geoordeeld dat het kantoorpand van appellanten geen bijzondere bescherming behoefde en dat het rechtszekerheidsbeginsel niet was geschonden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning is ongegrond verklaard en de vergunning blijft van kracht.