ECLI:NL:RVS:2003:AH8660
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Konijnenbelt
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit hogere geluidgrenswaarden Katendrecht-Zuid wegens onbevoegdheid
Bij besluit van 15 juni 2001 stelde het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam hogere grenswaarden vast voor geluidbelasting vanwege industrielawaai in de wijk Katendrecht-Zuid. Dit gebeurde op grond van artikel 67, vierde lid, van de Wet geluidhinder in samenhang met het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen. Verweerder verklaarde het bezwaar tegen dit besluit op 4 juni 2002 ongegrond.
Appellante stelde beroep in bij de Raad van State en voerde aan dat het besluit onbevoegd was genomen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de bevoegdheid tot het vaststellen van hogere grenswaarden niet overdraagbaar is aan het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 107 van Pro de Provinciewet, omdat deze bevoegdheid nauw samenhangt met het planologisch beleid en de rol van gedeputeerde staten.
Daarom was het besluit van 15 juni 2001 onbevoegd genomen en het daarop volgende besluit van 4 juni 2002 in strijd met de wet. De Afdeling vernietigde het bestreden besluit, herroept het eerdere besluit en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit tot vaststelling van hogere geluidgrenswaarden is vernietigd en herroepen wegens onbevoegdheid van het college.