ECLI:NL:RVS:2003:AH8663
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C.K.W. Bartel
- A. Kosto
- J.G.C. Wiebenga
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot handhaving en herstel dijk na ontgronding zonder vergunning
Appellant werd door het college van gedeputeerde staten van Groningen gesommeerd om een dijk op zijn perceel niet verder te ontgronden en het afgegraven gedeelte in de oorspronkelijke staat te herstellen, inclusief het inzaaien met graszaad. Dit besluit volgde op het weigeren van een vergunning voor ontgronding en eerdere bestuursdwangsommen. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het handhavingsbesluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het beroep behandeld en overwogen dat de Ontgrondingenwet, zoals gewijzigd per 1 januari 1997, van toepassing is. Verweerder was bevoegd bestuursdwang toe te passen vanwege het ontbreken van een vergunning. De Afdeling oordeelde dat het rapport van Arcadis geen nieuwe feiten bevatte die een nieuwe hoorzitting vereisten. Tevens werd het bezwaar tegen de omschrijving van de oude toestand van de dijk verworpen, aangezien de reconstructie gebaseerd was op historische gegevens en luchtfoto’s.
Verder werd geoordeeld dat de correctie voor bodemdaling door gaswinning adequaat was en dat de opgelegde taludhellingen en dijkdoorgangen niet in strijd zijn met het gelijkheidsbeginsel. Het inzaaien met graszaad werd gerechtvaardigd geacht ter bescherming van natuur, landschap en cultuurhistorie en ter voorkoming van schade. De Afdeling vond geen aanleiding om het besluit te vernietigen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het handhavingsbesluit tot herstel van de dijk wordt ongegrond verklaard.