ECLI:NL:RVS:2003:AH9021
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belanghebbendheid bij kapvergunning voor bouwrijp maken ziekenhuisterrein
Het college van burgemeester en wethouders van Schiedam verleende op 28 januari 2002 een kapvergunning voor het bouwrijp maken van een toekomstig ziekenhuisterrein. Appellant maakte bezwaar tegen deze vergunning, maar het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat appellant volgens hen geen belanghebbende was. De voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep bij de Raad van State betoogde appellant dat hij wel belanghebbende was. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat belanghebbende zijn betekent dat men een persoonlijk belang moet hebben dat zich onderscheidt van anderen. Bij kapvergunningen geldt in principe dat alleen omwonenden die op geringe afstand wonen of zicht hebben op de houtopstand als belanghebbende worden aangemerkt.
De woning van appellant ligt circa 100 meter van het terrein en wordt gescheiden door andere woningen, een viaduct en een trambaan, waardoor hij geen zicht heeft op de houtopstand. Ook bijzondere omstandigheden die een ander oordeel rechtvaardigen, zijn niet gebleken. Het feit dat appellant in andere procedures wel ontvankelijk was, doet hieraan niet af. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak dat appellant geen belanghebbende is bevestigd.