ECLI:NL:RVS:2003:AH9038
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- P. Lodder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen bouwvergunning voor dakopbouwen in Alphen aan den Rijn
Het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn verleende op 8 februari 2002 een bouwvergunning voor het oprichten van drie dakopbouwen op woningen aan een locatie in Alphen aan den Rijn. Appellanten, waaronder [appellant], maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat gedeeltelijk niet-ontvankelijk werd verklaard en voor het overige ongegrond.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van anderen dan [appellant] niet-ontvankelijk en het beroep van [appellant] ongegrond. Hiertegen stelde [appellant] hoger beroep in bij de Raad van State. Tijdens de zitting op 3 juni 2003 verschenen partijen en werd de vergunninghouder gehoord.
De Raad van State overwoog dat de niet-ontvankelijkverklaring van anderen dan [appellant] terecht was omdat de benodigde machtigingen niet tijdig waren overgelegd. Het betoog van [appellant] kwam neer op een herhaling van eerdere argumenten, zonder dat een weigeringsgrond volgens artikel 44 van Pro de Woningwet was aangetoond. Daarom was het college niet bevoegd de vergunning te weigeren. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2003.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.