ECLI:NL:RVS:2003:AH9069
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- W. van Hardeveld
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij bezwaar tegen export van afvalstoffen onder algemene kennisgeving EVOA
Verzoekster had een voornemen om 40 miljoen kg mengsel van diverse afvalstoffen uit te voeren via de procedure van algemene kennisgeving zoals bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de EVOA. Verweerder maakte bezwaar tegen dit voornemen en verklaarde het bezwaar ongegrond. Verzoekster stelde dat de afvalstoffen van drie bedrijven dezelfde fysische en chemische eigenschappen bezitten, in tegenstelling tot het standpunt van verweerder.
De Voorzitter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening en oordeelde dat verzoekster aannemelijk had gemaakt dat de restfractie van de drie bedrijven voldoet aan de samenstelling en eigenschappen zoals vereist in artikel 28, eerste lid, van de EVOA. Daarom werd het besluit van 9 april 2003 geschorst voor zover het bezwaar handhaafde tegen de export van afvalstoffen van deze bedrijven.
De Voorzitter bepaalde dat verzoekster, mits zij nieuwe kennisgevingen indient voor de overbrenging naar Duitsland, wordt geacht toestemming te hebben voor de export overeenkomstig de oorspronkelijke kennisgeving. De voorlopige voorziening vervalt zodra de bevoegde autoriteiten toestemming verlenen of bezwaar maken naar aanleiding van de nieuwe kennisgevingen. Tevens werd het betaalde griffierecht aan verzoekster vergoed.
Uitkomst: De Voorzitter schorst het besluit van 9 april 2003 en verleent voorlopige toestemming voor export van afvalstoffen van drie bedrijven onder voorwaarden.