ECLI:NL:RVS:2003:AH9080
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- L.J. Können
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen wijziging vergunning fosfaatlozing Shell Nederland Raffinaderij
Shell Nederland Raffinaderij heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van 3 april 2003 waarbij de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat de vergunning voor lozingen, verleend krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, heeft gewijzigd. De wijziging betrof onder meer een strengere norm voor de jaargemiddelde dagvracht van fosfaat (P-totaal) via de centrale biologische afvalwaterzuiveringsinstallatie.
Verzoekster stelde dat zij niet tijdig aan de nieuwe norm kon voldoen vanwege technische en economische redenen, waaronder de wisselende werking van een ECH-fabriek die calciumchloridehoudend procesafvalwater loost en de hoge kosten van fosfaatprecipitatie. Verweerder betoogde dat de norm gebaseerd is op de stand der techniek en dat fosfaatprecipitatie een effectieve maatregel is die ook elders wordt toegepast.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de kosten van aanvullende fosfaatprecipitatie niet onredelijk hoog zijn en dat verzoekster voldoende tijd heeft tot 1 juli 2004 om alternatieve maatregelen te treffen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de wijziging van de fosfaatlozingsnorm wordt afgewezen.