ECLI:NL:RVS:2003:AI0231
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- T.M.A. Claessens
- S. Zwemstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oplegging educatieve maatregel alcohol en verkeer na bezwaar en beroep
Appellant was door de Minister van Verkeer en Waterstaat verplicht gesteld om deel te nemen aan een educatieve maatregel alcohol en verkeer (EMA) ter bevordering van de rijgeschiktheid. Tegen dit besluit maakte appellant bezwaar, dat door de Minister ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank, die het beroep eveneens ongegrond verklaarde.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het verzoek en oordeelde dat de gronden van appellant in hoger beroep slechts een herhaling waren van eerdere betogen die reeds door de rechtbank waren beoordeeld. De rechtbank had terecht geoordeeld dat de wettelijke voorwaarden voor het opleggen van de EMA waren vervuld en dat persoonlijke omstandigheden geen rol konden spelen vanwege het dwingende karakter van de regeling.
De Voorzitter stelde vast dat nader onderzoek niet nodig was en dat onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak mogelijk was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee werd het besluit van de Minister en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.