ECLI:NL:RVS:2003:AI0232
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- R.C.S. Bakker
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit tijdelijke intrekking erkenning bedrijfsvoorraad wegens ondeugdelijke motivering
De Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer trok op 15 november 2002 de erkenning bedrijfsvoorraad van appellante tijdelijk in voor twaalf weken vanwege twee overtredingen geconstateerd tijdens controles in 2001 en 2002. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State en tevens een verzoek om voorlopige voorziening indiende. De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak behandelde de zaak en oordeelde dat één van de twee overtredingen ten onrechte als grondslag voor de sanctie was gebruikt, omdat deze plaatsvond vóór de eerdere controle en waarschuwing.
Hierdoor was het bestreden besluit ondeugdelijk gemotiveerd en in strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De Voorzitter vernietigde daarom het besluit en verklaarde het hoger beroep gegrond. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak mogelijk was. Tevens werd de Dienst Wegverkeer veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot tijdelijke intrekking wordt vernietigd; het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.