ECLI:NL:RVS:2003:AI0233

Raad van State

Datum uitspraak
18 juli 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200303687/2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • D.A.C. Slump
  • S. Zwemstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening inzake intrekking erkenning APK-keuringen door de RDW

Op 17 januari 2003 heeft de Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer (RDW) de erkenning van verzoeker voor het uitvoeren van APK-keuringen van motorrijtuigen definitief ingetrokken. Dit besluit werd door verzoeker aangevochten, maar het bezwaar werd op 10 maart 2003 door de RDW ongegrond verklaard. Vervolgens heeft verzoeker op 26 mei 2003 beroep ingesteld bij de voorzieningenrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage, die het beroep ongegrond verklaarde. Verzoeker heeft hiertegen hoger beroep ingesteld bij de Raad van State, waarbij hij tevens verzocht om een voorlopige voorziening.

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek op 10 juli 2003 behandeld. De RDW had de intrekking van de erkenning gebaseerd op overtredingen van de Erkenningsregeling APK, waarbij een voertuig niet aanwezig was op de keuringsplaats tijdens een steekproefcontrole. Verzoeker voerde aan dat onbekendheid met een nieuw afmeldsysteem mogelijk heeft bijgedragen aan deze omissie. De RDW verklaarde dat er software in omloop is die automatisch bevestigt dat een voertuig in een steekproef is gevallen, wat de registratie van de melding door de keurmeester zou kunnen verklaren.

Na afweging van de belangen van beide partijen, oordeelde de Voorzitter dat het belang van verzoeker voldoende spoedeisend en zwaarwegend was om de besluiten van de RDW te schorsen. De Voorzitter besloot de besluiten van de RDW van 17 januari en 10 maart 2003 te schorsen en gelastte dat de RDW het griffierecht aan verzoeker vergoedt. Deze beslissing werd openbaar uitgesproken op 18 juli 2003.

Uitspraak

200303687/2.
Datum uitspraak: 18 juli 2003
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
[verzoeker], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank te
's-Gravenhage van 26 mei 2003 in het geding tussen:
verzoeker
en
de Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer.
1. Procesverloop
Bij besluit van 17 januari 2003 heeft de Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer (hierna: de RDW) de aan verzoeker voor de keuringsplaats aan de [locatie] te [plaats] met het keuringsinstantienummer DT29D01 verleende erkenning voor het uitvoeren van APK-keuringen van motorrijtuigen voor de categorie tot en met 3500 kilogram definitief ingetrokken.
Bij besluit van 10 maart 2003 heeft de RDW het daartegen door verzoeker gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 26 mei 2003, verzonden op 3 juni 2003, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 11 juni 2003, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 2 juli 2003.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 juni 2003, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 10 juli 2003, waar verzoeker in persoon, en de RDW, vertegenwoordigd door drs. J. Greidanus, werkzaam bij de RDW, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. De RDW heeft aan de intrekking ten grondslag gelegd dat verzoeker het bepaalde in de artikelen 44, zevende lid, 45, derde lid en vijfde lid, aanhef en onder d, en 46, tweede lid, van de Erkenningsregeling APK heeft overtreden, omdat bij aankomst van de steekproefcontroleur het voertuig met het kenteken […] niet aanwezig was in de keuringsplaats.
2.2. Het geschil dient finaal te worden beoordeeld door de Afdeling bij de behandeling van de bodemprocedure. Daarbij komt aan de orde de vraag of de voorzieningenrechter terecht heeft geoordeeld dat de RDW in de specifieke omstandigheden van het geval geen aanleiding hoefde te zien om een lagere sanctie op te leggen.
Het specifieke betreft de omstandigheid dat het de eerste afmelding betrof via het nieuwe Internet/Intranet systeem van de RDC. Om alvast bekend te worden met het nieuwe systeem heeft verzoeker, op aanraden van de RDW, het nieuwe systeem vóór de officiële inwerkingtreding van het systeem in gebruik genomen. Het scherm van dit nieuwe systeem is anders opgebouwd dan het oude Videotex-terminal systeem dat voorheen werd gebruikt voor het afmelden van voertuigen, en de handelingen die de keurmeester, [naam keurmeester], moet verrichten bij het invullen van de gegevens zijn ook gewijzigd. Niet is op voorhand uitgesloten dat onbekendheid met dit nieuwe systeem van afmelden heeft bijgedragen aan de omissie. Voorts is ter zitting door de RDW verklaard dat er bepaalde software in de omloop is die ervoor zorgt dat de melding dat een voertuig in een steekproef is gevallen, automatisch wordt bevestigd. Dit zou een verklaring kunnen zijn voor het feit dat het systeem heeft geregistreerd dat [naam keurmeester] de melding heeft gezien.
2.3. Na afweging van het belang van de RDW tegen het belang van verzoeker, wordt het belang van verzoeker voldoende spoedeisend en zwaarwegend geacht, om, in afwachting van de behandeling van het hoger beroep door de Afdeling, de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.
2.4. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening de besluiten van de Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer van 17 januari 2003, VIZ2003/354, en 10 maart 2003, VIZ2003/2046/3588;
II. gelast dat de Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer aan verzoeker het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht (€ 175,00) vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, ambtenaar van Staat.
w.g. Slump w.g. Zwemstra
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 18 juli 2003
91-421.