ECLI:NL:RVS:2003:AI0538
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.E.M. Polak
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergunning samenvoegen woningen wegens behoud woningvoorraad
Het college van burgemeester en wethouders van Huizen weigerde een vergunning voor het samenvoegen van twee woningen en legde een dwangsom op om de situatie te herstellen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit. Het college stelde daarop een nieuw besluit vast, waarin alsnog een vergunning werd verleend onder de voorwaarde van compensatie.
Appellant stelde dat de Huisvestingsverordening onrechtmatig was en dat de delegatie van bevoegdheden aan het college niet toegestaan was. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het vergunningstelsel en de beleidsvrijheid van de gemeenteraad voldoende gemotiveerd zijn, mede vanwege de druk op de woningmarkt en het belang van doorstroming. De richtlijnen van het college zijn beleidsregels en geen onrechtmatige delegatie.
De financiële compensatie van 12% van de WOZ-waarde werd als redelijk en niet willekeurig beoordeeld. De Afdeling concludeerde dat het college in redelijkheid tot haar besluit heeft kunnen komen en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het beroep tegen het besluit van 22 oktober 2002 werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het college wordt bevestigd.