ECLI:NL:RVS:2003:AI0553
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.W.L. Loeb
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- K. Brink
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging last onder dwangsom vanwege onrechtmatigheid oplegging bij horecagelegenheid
Bij besluit van 24 april 2002 stelde het college van burgemeester en wethouders van Haarlem nadere eisen aan Café de Kater met betrekking tot het gesloten houden van ramen en deuren om geluidsoverlast te beperken. Vervolgens legde het college op 2 juli 2002 een last onder dwangsom op bij overtreding van deze eisen.
Appellante betoogde dat onvoldoende was vastgesteld dat bij open ramen of deuren de geluidvoorschriften werden overschreden en dat de dwangsom ten onrechte was opgelegd omdat geen overtredingen hadden plaatsgevonden na het besluit van 24 april 2002. De Raad van State oordeelde dat het aannemelijk was dat bij open ramen of deuren de geluidvoorschriften werden overschreden en dat het college in redelijkheid nadere eisen mocht stellen.
Echter, de overtredingen waarop het college zich baseerde dateren van vóór het besluit van 24 april 2002, zodat de last onder dwangsom onrechtmatig was opgelegd. Daarom werd het besluit tot handhaving van de dwangsom vernietigd en het besluit tot oplegging van de dwangsom herroepen. De overige bezwaren werden afgewezen. De gemeente werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de last onder dwangsom is vernietigd en herroepen.