ECLI:NL:RVS:2003:AI0567

Raad van State

Datum uitspraak
30 juli 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200300532/1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • D.A.C. Slump
  • L. Groenendijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vergoeding omzetschade door werkzaamheden aan dijkvlak Marsstraat-'t Schol

Het college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap Veluwe wees het verzoek van appellant om vergoeding van omzetschade als gevolg van werkzaamheden aan het dijkvlak Marsstraat-'t Schol af. Appellant maakte bezwaar, dat eveneens ongegrond werd verklaard. De rechtbank te Zutphen verklaarde het beroep van appellant ongegrond.

In hoger beroep bij de Raad van State voerde appellant aan dat de werkzaamheden de bedrijfsvoering van zijn café negatief hadden beïnvloed. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de werkzaamheden niet tot een werkelijke onderbreking van de wandelroute hadden geleid en dat de weg naar het café slechts twee dagen was afgesloten, waardoor de toegang nauwelijks belemmerd was. Tevens werd meegewogen dat appellant pas een jaar eigenaar was en het café pas laat in de middag openging.

Gelet op deze omstandigheden concludeerde de Afdeling dat niet vaststaat dat de omzetdaling een rechtstreeks gevolg is van de werkzaamheden. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de vergoeding van omzetschade bevestigd.

Uitspraak

200300532/1.
Datum uitspraak: 30 juli 2003
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats]
tegen de uitspraak van de rechtbank te Zutphen van 23 december 2002 in het geding tussen:
appellant
en
het college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap Veluwe te Apeldoorn.
1. Procesverloop
Bij besluit van 5 juli 2001 heeft het college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap Veluwe (hierna: het college) het verzoek van appellant om vergoeding van de gedurende de werkzaamheden aan het dijkvlak Marsstraat-’t Schol geleden omzetschade afgewezen.
Bij besluit van 27 maart 2002, bekendgemaakt bij brief van 17 april 2002, heeft het college het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 23 december 2002, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank te Zutphen (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 25 januari 2003, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 3 maart 2003. Deze brieven zijn aangehecht.
Bij brief van 27 maart 2003 heeft het college van antwoord gediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 mei 2003, waar appellant, vertegenwoordigd door mr. H.H. van Steijn, advocaat te Deventer en het college, vertegenwoordigd door mr. D. Djulbic en J.J. van den Boomgaard, gemachtigden, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Hetgeen appellant in hoger beroep aanvoert is grotendeels een herhaling van hetgeen hij in zijn beroep bij de rechtbank heeft aangevoerd.
Mede gelet op het verhandelde ter zitting is de Afdeling van oordeel dat niet is gebleken dat de werkzaamheden aan het dijkvak van significante invloed op de bedrijfsvoering van het café van appellant zijn geweest. De Afdeling overweegt hiertoe dat de werkzaamheden niet tot een werkelijke onderbreking van de wandelroute in de omgeving van het café hebben geleid, en de naar het café leidende weg slechts gedurende twee dagen afgesloten is geweest, zodat de doorgang naar het café niet of nauwelijks is belemmerd.
Gelet hierop is de rechtbank op goede gronden tot het oordeel gekomen dat niet als vaststaand kan worden aangenomen dat de omzetdaling van het café van appellant een rechtstreeks gevolg is geweest van de werkzaamheden. De Afdeling neemt daarbij in aanmerking dat ter zitting is gebleken dat appellant slechts een jaar eigenaar is van het café en dat het café eerst vanaf laat in de middag is geopend.
2.2. Gezien het vorenoverwogene is het hoger beroep ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L. Groenendijk, ambtenaar van Staat.
w.g. Slump w.g. Groenendijk
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 30 juli 2003
164-420.