ECLI:NL:RVS:2003:AI0593
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- S. Zwemstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeldigverklaring rijbewijs wegens alcoholmisbruik na medische onderzoeken
Appellant werd door de minister van Verkeer en Waterstaat op 19 maart 2002 medegedeeld dat hij niet voldeed aan de geschiktheidseisen voor het rijbewijs, waarna zijn rijbewijs ongeldig werd verklaard voor alle categorieën. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, dat door de minister ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond op 5 maart 2003.
Appellant stelde in hoger beroep dat de medische onderzoeken waarop het besluit was gebaseerd ondeugdelijk waren, onder meer vanwege een ongepaste bejegening en het ontbreken van objectieve aanwijzingen voor alcoholmisbruik. Ook stelde hij dat het tweede onderzoek niet onafhankelijk was omdat de arts al over de resultaten van het eerste onderzoek beschikte.
De Raad van State oordeelde dat beide psychiaters onafhankelijk en zorgvuldig onderzoek hadden verricht, waarbij gebruik werd gemaakt van de DSM-IV criteria en laboratoriumonderzoek. De bevindingen werden ondersteund door het hoge ademalcoholgehalte bij aanhouding en verklaringen van appellant. Het feit dat de tweede arts de resultaten van het eerste onderzoek kende, maakte het onderzoek niet onzorgvuldig. De minister mocht op basis van deze onderzoeken concluderen dat appellant ongeschikt was om te rijden en het rijbewijs ongeldig verklaren.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs wordt bevestigd.