ECLI:NL:RVS:2003:AI0598
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavend optreden tegen bouwafwijkingen woning in Heerlen
Het college van burgemeester en wethouders van Heerlen wees een verzoek af om handhavend op te treden tegen de vergroting en verbouwing van een woning, garage en kantoor die afweken van de verleende bouwvergunning. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
Appellant stelde dat de overschrijding van de nokhoogte en de hogere situering van ramen in de zijgevel niet marginaal was en leidde tot privacyverlies. Het college had een meting laten verrichten waaruit bleek dat de nokhoogte 22 cm hoger was dan vergund en de ramen 26 cm hoger waren geplaatst. Gezien de geringe afwijkingen en de ingrijpende aanpassingen die nodig zouden zijn om in overeenstemming te komen, was het college bevoegd om af te zien van handhavend optreden.
De Raad van State oordeelde dat het bestemmingsplan het bouwwerk niet verbiedt en appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de afwijkingen tot onaanvaardbaar privacyverlies leiden. Ook de stelling dat het college vergunning verleende terwijl het op de hoogte was van de afwijkingen, leidde niet tot vernietiging omdat de vergunning onherroepelijk was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.