ECLI:NL:RVS:2003:AI0605
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving bestemmingsplan bij gebruik bijgebouw en kelder in strijd met planvoorschriften
Het college van burgemeester en wethouders van Enschede wees een verzoek tot handhaving af tegen het gebruik van een bijgebouw en kelder op een perceel bestemd voor eengezinswoningen met bijgebouwen. Na bezwaar en dwangsom legging oordeelde de rechtbank Almelo dat het college een nieuwe beslissing moest nemen. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het bestemmingsplan het bouwen van slechts één woning per perceel toestaat met bijgebouwen tot maximaal 50 m². Hoewel een bouwvergunning was verleend voor een hobbyruimte/berging van 50 m², was de kelder zonder geldige vergunning gebouwd en in strijd met de Woningwet. Het gebruik van het bijgebouw als woonkamer, kinderkamer, muziekkamer en sauna was niet ondergeschikt aan de woonfunctie en daarmee strijdig met het bestemmingsplan.
Verder werd geoordeeld dat de buitentrap onlosmakelijk verbonden is met het bijgebouw en mee moet tellen in de oppervlaktemaat. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat het college handhavend moet optreden bij verzoeken van derden tegen illegale situaties. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.