ECLI:NL:RVS:2003:AI0775
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.M. Boll
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens vermeende overtreding milieuvoorschrift
Bij besluit van 9 mei 2003 legde het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland aan Railinfrabeheer B.V. een last onder dwangsom op wegens overtreding van voorschrift 2.1.7 verbonden aan een milieuvergunning. De dwangsom bedroeg € 10.000 per maand met een maximum van € 100.000 en een begunstigingstermijn van twee maanden.
Railinfrabeheer B.V. maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening. De kern van het geschil betrof de vraag of sprake was van overtreding van voorschrift 2.1.7, dat een schriftelijke evaluatie van een risico-analyse vereist. Verzoekster stelde dat zij aan deze verplichting had voldaan door het indienen van een milieujaarverslag en aanvullende gegevens. Verweerder betoogde dat de verstrekte gegevens ontoereikend waren en niet voldeden aan de voorschriften.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat niet duidelijk was waarom de ingediende gegevens niet als evaluatie konden worden aangemerkt en dat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van overtreding. Daarom werd de last onder dwangsom geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd de provincie Zuid-Holland veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom is geschorst en de provincie Zuid-Holland wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.