ECLI:NL:RVS:2003:AI0778
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- R.W.L. Loeb
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vergunning horeca-inrichting afgewezen wegens overlast en woonklimaat
De burgemeester van Heerlen weigerde op 25 november 2002 een vergunning aan verzoekster voor het exploiteren van een horeca-inrichting aan een locatie in Heerlen vanwege eerdere overlast en softdrugshandel bij een soortgelijke inrichting op die locatie. Verzoekster maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat de burgemeester onvoldoende rekening had gehouden met de aard van de inrichting en de omgeving en vernietigde het besluit.
De burgemeester stelde hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening. De Raad van State oordeelde dat de burgemeester een ruime beoordelingsmarge heeft bij het weigeren van een vergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening, ook rekening houdend met ongunstige ervaringen uit het verleden met de horecagelegenheid op die locatie.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van verzoekster ongegrond. Tevens werd bepaald dat de burgemeester geen nieuw besluit hoeft te nemen totdat het hoger beroep is beslist. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het betaalde griffierecht werd terugbetaald aan de gemeente Heerlen.
Uitkomst: Het beroep van verzoekster wordt ongegrond verklaard en de vergunning wordt geweigerd wegens overlast en negatieve invloed op het woon- en leefklimaat.