ECLI:NL:RVS:2003:AI0792
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- T.M.A. Claessens
- J.E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring voltooiing stage advocaat wegens niet-aanvang stage
Appellant, een Duitse nationaliteit bezittende jurist die in Nederland als advocaat wilde worden gevestigd, had zijn stage niet aangevangen omdat hij geen patroon had gevonden en niet als advocaat was ingeschreven. De Raad van Toezicht van de Orde van Advocaten in Utrecht weigerde hem daarom een verklaring te geven dat zijn stage was voltooid. De algemene raad verklaarde het beroep van appellant ongegrond, evenals de rechtbank Utrecht in haar uitspraak van 22 juli 2002.
Appellant voerde aan dat de nationale regelgeving die hem de toegang tot de advocatuur ontzegde in strijd was met het Europese recht op vrije vestiging. Hij verwees naar arresten van het Europese Hof van Justitie, waaronder zaak C-439/99 en de conclusie van de advocaat-generaal in zaak C-453/00, om de bevoegdheid van de algemene raad te betwisten.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de aangevoerde jurisprudentie niet vergelijkbaar was met de situatie van appellant en dat de bevoegdheid van de algemene raad om besluiten te nemen over de verklaring van voltooiing van de stage niet in strijd is met het Europese recht. Ook was niet gebleken dat appellant anders werd behandeld dan Nederlandse stagiaires. De Afdeling bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Er werd geen aanleiding gezien voor prejudiciële vragen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de weigering tot afgifte van de verklaring van voltooiing van de stage wordt bevestigd.