ECLI:NL:RVS:2003:AI0798
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- P.J.J. van Buuren
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Bevestiging subsidievaststelling met onderbezettingskorting voor verzorgingshuizen
Het College voor zorgverzekeringen (CVZ) stelde in 2000 de subsidie voor vijf verzorgingshuizen van appellante vast, waarbij een onderbezettingskorting werd toegepast omdat het aantal verzorgingsdagen minder dan 98% van de begrote dagen bedroeg.
Appellante betoogde dat de regeling onredelijk was en in strijd met de Overgangswet verzorgingshuizen, en dat het CVZ de regeling niet zonder uitzonderingsclausule had mogen toepassen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en de Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat de regeling een algemeen verbindend voorschrift is waaraan het CVZ gebonden is, zonder inherente afwijkingsbevoegdheid. Het CVZ hoefde geen rekening te houden met de financiële positie van de instellingen of eerdere afspraken van provinciale organen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de onderbezetting niet het gevolg was van renovaties en er geen concrete toezeggingen aan appellante waren gedaan.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de subsidievaststelling met onderbezettingskorting bevestigd.