ECLI:NL:RVS:2003:AI0800
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- P.J.J. van Buuren
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Beoordeling planologische verslechtering en schadevergoeding op grond van de WRO
Appellant verzocht de raad van de gemeente Roosendaal om schadevergoeding op grond van artikel 49 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO), nadat het bestemmingsplan voor zijn terrein was gewijzigd van 'Waterwingebied II' met agrarische doeleinden naar 'beschermingszone waterwingebied, agrarische doeleinden' met beperkingen op bebouwing.
De raad wees het verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat geen sprake was van een planologische verslechtering, met name omdat het nieuwe bestemmingsplan onder voorwaarden agrarische bedrijfsopstallen toestaat, terwijl het oude plan slechts andere bouwwerken toestond.
Appellant stelde dat het nieuwe plan het bouwen van woningen op het terrein uitsloot, wat een verslechtering zou betekenen. De rechtbank oordeelde echter dat dit geen planologische verslechtering oplevert omdat het ging om een burgerwoning en niet om agrarische bedrijfsgebouwen.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank en oordeelde dat het nieuwe bestemmingsplan in algemene zin geen planologische verslechtering inhoudt en dat het verzoek om schadevergoeding terecht is afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens planologische verslechtering wordt afgewezen omdat geen sprake is van een verslechtering.