ECLI:NL:RVS:2003:AI1020
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking wapenverlof wegens vrees voor misbruik ondanks veiligheidsmaatregelen
Appellanten hadden wapenverlof verleend gekregen, dat door de Korpschef van de politieregio Midden en West Brabant werd ingetrokken wegens overtredingen van het Wetboek van Strafrecht en de Wet wapens en munitie. De Minister vernietigde de intrekkingsbesluiten wegens gebrekkige motivering, maar stelde de rechtsgevolgen daarvan in stand met een nieuw besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat appellanten voldeden aan de criteria uit de Circulaire wapens en munitie, die het beleid rondom wapenverlof regelt. Het feit dat appellanten veiligheidsvoorzieningen hadden getroffen en geen strafbare feiten hadden gepleegd, vormde geen reden om van het beleid af te wijken.
De Afdeling vond dat het zwaarwegende belang van de veiligheid van de samenleving en de plicht van de overheid dit beleid rechtvaardigen. Het individuele belang van appellanten werd ondergeschikt geacht aan dit algemene veiligheidsbelang. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de intrekking van het wapenverlof bevestigd.