ECLI:NL:RVS:2003:AI1026
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. Konijnenbelt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid bezwaar handhavingsverzoek varkenshouderij
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Uden om bestuurlijke handhavingsmiddelen toe te passen met betrekking tot een varkenshouderij op een perceel te een plaats. Dit verzoek werd bij besluit van 27 augustus 2002 afgewezen. Vervolgens verklaarde verweerder het bezwaar van appellant tegen dit besluit niet-ontvankelijk. Appellant stelde dat hij als belanghebbende kon worden aangemerkt omdat hij het verzoek op grond van artikel 18.14 Wet milieubeheer had ingediend en geadresseerde was van het afwijzende besluit.
De Raad van State oordeelde dat appellant inderdaad belanghebbende is in de zin van artikel 20.13 Wet milieubeheer omdat hij een eigen, persoonlijk, objectief bepaalbaar, actueel en rechtstreeks belang heeft bij het verzoek om handhavingsmaatregelen. Verweerder had ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het bestreden besluit was daarmee in strijd met de wet genomen.
De Raad van State verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit van 7 januari 2003 en veroordeelde het college van burgemeester en wethouders van Uden tot betaling van de proceskosten en vergoeding van het griffierecht aan appellant. Het beroep werd verder niet inhoudelijk behandeld.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van 7 januari 2003 wordt vernietigd wegens ten onrechte niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar.