ECLI:NL:RVS:2003:AI1028
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- H. Borstlap
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning mestopslag wegens onvoldoende onderzoek geurhinder
Bij besluit van 13 januari 2003 verleende het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland een vergunning voor het oprichten en in werking hebben van mestopslagen op een perceel nabij woningen. Appellanten stelden dat de aanvraag onvolledig was en dat de vergunning onterecht was verleend vanwege mogelijke stankhinder.
De Raad van State oordeelde dat de aanvraag weliswaar gedateerd en ingediend was, maar dat het bestuursorgaan geen onderzoek had gedaan naar de geurhinder die de uitbreiding van de mestzakken kon veroorzaken. Gezien de omvang van de mestzakken en de afstand tot omliggende woningen was het niet uitgesloten dat er stankoverlast zou ontstaan.
Het besluit was daardoor in strijd met de Algemene wet bestuursrecht, die vereist dat besluiten berusten op een deugdelijke motivering en voldoende feitenkennis. De Raad van State verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en veroordeelde het college in de proceskosten. Tevens werd het griffierecht aan appellanten vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar geurhinder.