ECLI:NL:RVS:2003:AI1029
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- R.A. de Wit
- Rechtspraak.nl
Weigering bouwvergunning aanlegsteiger in strijd met bestemmingsplan bevestigd
Het college van burgemeester en wethouders van Bleiswijk weigerde op 2 oktober 2001 vrijstelling en bouwvergunning voor de bouw van een aanlegsteiger op een perceel met de bestemming 'Water'. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond. Appellant stelde onder meer dat de steiger niet vergunningplichtig was en dat de bouwvergunning van rechtswege was verleend vanwege het uitblijven van een tijdige beslissing.
De Raad van State oordeelde dat de steiger niet onder de vrijstellingsregeling van artikel 43, eerste lid, onder f, van de Woningwet valt, omdat niet alleen de omvang, maar ook de effecten op de omgeving worden meegewogen. De steiger is bovendien niet een bouwwerk ten dienste van watergangen zoals bedoeld in het bestemmingsplan, waardoor het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan en geen vergunning van rechtswege is verleend.
Verder werd geoordeeld dat het college in redelijkheid kon weigeren vrijstelling te verlenen op grond van artikel 19 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde, omdat de situatie van appellant niet gelijk is aan die van andere steigers die wel vrijstelling kregen, onder meer vanwege de ruimtelijke onderbouwing en maatschappelijke belangen.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van vrijstelling en bouwvergunning wordt bevestigd.