ECLI:NL:RVS:2003:AI1030
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- J.M. Boll
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke bevestiging weigering en sluiting coffeeshop wegens niet-dogen verkoop softdrugs
Appellanten verzochten om een vergunning voor de exploitatie van een coffeeshop aan een locatie in Winschoten. De burgemeester weigerde deze vergunning op grond van artikel 2 van Pro de Overlastverordening Horeca en besloot de inrichting voor onbepaalde tijd te sluiten. Appellanten maakten bezwaar en stelden beroep in tegen dit besluit, dat door de rechtbank te Groningen ongegrond werd verklaard.
In hoger beroep bij de Raad van State voerden appellanten aan dat de burgemeester niet terecht gebruik had gemaakt van de zogenaamde uitsterfconstructie en dat het vertrouwensbeginsel was geschonden omdat vijf jaar niet tegen hun exploitatie was opgetreden. De Raad van State oordeelde dat de burgemeester terecht had gehandeld, aangezien appellanten pas na vaststelling van het coffeeshopbeleid als houder waren opgetreden en de burgemeester duidelijk had gemaakt dat bij een wisseling van houder de verkoop van softdrugs niet langer werd gedoogd.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het besluit tot weigering vergunning en sluiting van de coffeeshop wordt bevestigd.