ECLI:NL:RVS:2003:AI1039
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Boll
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering revisievergunning veehouderij wegens onbevoegd gezag
In deze zaak heeft het college van burgemeester en wethouders van Hulst op 26 november 2002 een revisievergunning geweigerd voor een veehouderij op een perceel te Hulst. Appellante, Lavi B.V., stelde beroep in tegen dit besluit bij de Raad van State. De kern van het geschil betrof de vraag welk bestuursorgaan bevoegd was om over de vergunningaanvraag te beslissen.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft onderzocht of het college van burgemeester en wethouders bevoegd was. Uit de Wet milieubeheer en het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer volgt dat gedeputeerde staten bevoegd zijn voor inrichtingen die onder categorie 28.4 vallen, waaronder opslag en behandeling van afvalstoffen van buiten de inrichting met een capaciteit van 50 m3 of meer. De aangevraagde veehouderij beschikte over dergelijke capaciteit voor opslag van bijproducten die als afvalstoffen kwalificeren.
De Afdeling concludeerde dat het college van burgemeester en wethouders niet bevoegd was en dat gedeputeerde staten het bevoegde gezag waren. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante. De beroepsgronden werden verder niet inhoudelijk behandeld.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de revisievergunning wordt vernietigd wegens onbevoegd gezag.