ECLI:NL:RVS:2003:AI1041
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Boll
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering revisievergunning veehouderij wegens onbevoegd gezag
Bij besluit van 26 november 2002 weigerde het college van burgemeester en wethouders van Hulst een revisievergunning voor een veehouderij op een perceel te [plaats]. Deze weigering werd aangevochten door appellant bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft vastgesteld dat de inrichting valt onder categorieën van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer die het bevoegd gezag aan gedeputeerde staten toewijzen, niet aan het college van burgemeester en wethouders.
De zaak betrof een inrichting met een capaciteit van meer dan 50 m3 voor opslag en behandeling van afvalstoffen afkomstig van buiten de inrichting, waaronder bijproducten als wei en aardappelstoomschillen, die als afvalstoffen in de zin van de Europese Richtlijn 75/442/EEG zijn aangemerkt. De Raad oordeelde dat het college van burgemeester en wethouders niet bevoegd was het besluit te nemen en dat het besluit in strijd was met artikel 8.2 van de Wet milieubeheer en het Inrichtingen- en vergunningenbesluit.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. De gemeente Hulst werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €644,00 en tot vergoeding van het griffierecht van €109,00 aan appellant. De overige beroepsgronden werden buiten beschouwing gelaten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de gemeente Hulst tot weigering van de revisievergunning wordt vernietigd.