ECLI:NL:RVS:2003:AI1055
Raad van State
- Hoger beroep kort geding
- K. Brink
- P.A. de Vink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vergunning hondenpension en veehouderij
Bij besluit van 12 mei 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg een vergunning verleend voor het veranderen van een hondenpension en veehouderij op een perceel. Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek op 24 juli 2003. Verzoekers stelden dat zonder voorlopige voorziening een onomkeerbare situatie zou ontstaan na onherroepelijkheid van het besluit. De Voorzitter oordeelde dat geen spoedeisend belang was gebleken, mede omdat de inrichting inclusief het hondenpension reeds geruime tijd in werking was.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend voor de bodemprocedure.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.