ECLI:NL:RVS:2003:AI1178
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- P.A. de Vink
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen vergunning veehouderij wegens onvoldoende stankafstanden
Op 22 april 2003 verleende het college van burgemeester en wethouders van Renswoude een vergunning aan een vergunninghouder voor het oprichten en in werking hebben van een veehouderij nabij een woning van verzoeker. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege stankhinder, met name omdat de afstand tussen de stal en zijn woning niet voldeed aan de minimaal vereiste 50 meter volgens de Richtlijn veehouderij en stankhinder 1996.
De Voorzitter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening en oordeelde dat de gevel en nok van de stal luchtinlaten bevatten waardoor niet met zekerheid kon worden gesteld dat de ventilatie uitsluitend via de mechanische ventilatie verliep. Hierdoor was de afstand tot het emissiepunt in feite minder dan de vereiste 50 meter. De vergunninghouder had weliswaar toegezegd binnen zes maanden na onherroepelijkheid de nok af te dekken en de zijkanten dicht te metselen, maar dit kon niet afdoen aan het besluit dat onvoldoende was gemotiveerd.
De Voorzitter schorst daarom het besluit van het college van burgemeester en wethouders en veroordeelt de gemeente in de proceskosten van verzoeker, waaronder vergoeding van het griffierecht. De uitspraak is gedaan op 13 augustus 2003 en betreft een voorlopige voorziening met een niet-bindend oordeel in afwachting van de bodemprocedure.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening voor de veehouderij wordt geschorst wegens onvoldoende naleving van afstandseisen voor stankhinder.