ECLI:NL:RVS:2003:AI1186
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor overtreding milieuregels schapenhouderij
Bij besluit van 3 december 2002 legde het college van burgemeester en wethouders van Midden-Drenthe aan verzoeker een last onder dwangsom op wegens overtreding van voorschriften 1.12 en 1.13 van een oprichtingsvergunning voor een schapenhouderij. De dwangsom bedroeg € 500 per week met een maximum van € 5.000.
Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, dat bij besluit van 8 mei 2003 ongegrond werd verklaard. Vervolgens verzocht verzoeker de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening, welke op 24 juli 2003 werd behandeld.
De Voorzitter oordeelde dat verweerder had voldaan aan de hoorplicht ondanks het niet verschijnen van verzoeker wegens ziekte. De bevoegdheid tot het opleggen van de last onder dwangsom was correct gebaseerd op de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet. De overtredingen waren onbetwist en het college had redelijk gehandeld bij het opleggen van de dwangsom.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen, waarbij tevens werd overwogen dat het betoog van verzoeker over ongelijke handhaving binnen de gemeente geen grond voor schorsing bood. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen.