ECLI:NL:RVS:2003:AI1190
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Konijnenbelt
- J.R. Schaafsma
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering verklaring geen bedenkingen voor injectie gevaarlijke afvalstoffen
De zaak betreft het besluit van 27 februari 2002 waarbij de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer weigerde een verklaring van geen bedenkingen af te geven voor een vergunning aan de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. voor het injecteren van operationele vloeistoffen, gescheiden van productiewater, in de diepe ondergrond. Deze vloeistoffen werden aangemerkt als gevaarlijke afvalstoffen.
Appellant, het college van gedeputeerde staten van Groningen, stelde dat de vloeistoffen niet als gevaarlijke afvalstoffen konden worden beschouwd omdat zij onder een uitzondering vielen in het Besluit aanwijzing gevaarlijke afvalstoffen (Baga). De Afdeling bestuursrechtspraak stelde echter vast dat de vloeistoffen de concentratiegrenswaarden overschreden en niet onder de uitzondering vielen, waardoor de minister bevoegd was het besluit te nemen.
Voorts voerde appellant aan dat niet was aangetoond dat injectie in de diepe ondergrond minder doelmatig was dan bovengrondse verwerking. De minister stelde dat bovengrondse verwerking doelmatiger was, maar kon dit niet deugdelijk motiveren. De Afdeling oordeelde dat de motivering onvoldoende was en dat het besluit daarom niet kon worden gehandhaafd.
De Raad van State verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit voor zover het de weigering van de verklaring van geen bedenkingen betrof. De overige beroepsgronden werden niet behandeld. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verklaring van geen bedenkingen wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.