ECLI:NL:RVS:2003:AI1192
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Konijnenbelt
- J.R. Schaafsma
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering vergunning injectie gevaarlijke vloeistoffen in diepe ondergrond
Bij besluit van 19 maart 2002 verleende het college van gedeputeerde staten van Groningen gedeeltelijk een vergunning en weigerde gedeeltelijk een vergunning aan de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. voor het in de bodem brengen van gevaarlijke afvalstoffen nabij Borgsweer. De weigering betrof met name de injectie van teruggeproduceerde doodpompvloeistoffen en putstimulatievloeistoffen in de diepe ondergrond.
Appellante betwistte de weigering en stelde dat de motivering onvoldoende was om de vergunning te weigeren, met name ten aanzien van de doelmatige verwijdering van afvalstoffen zoals vereist in de Wet milieubeheer. De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer had eerder een verklaring van geen bedenkingen geweigerd, waarop het bestreden besluit was gebaseerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het besluit van de minister was vernietigd wegens strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, omdat de motivering ontbrak. Gezien deze vernietiging kon het bestreden besluit niet in stand blijven. De Afdeling verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit voor zover het de weigering van de vergunning voor injectie van de vloeistoffen betrof. De overige beroepsgronden werden niet besproken. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de vergunning voor injectie van vloeistoffen in de diepe ondergrond wordt vernietigd.