ECLI:NL:RVS:2003:AI1204
Raad van State
- Hoger beroep
- C. de Gooijer
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing subsidieaanvragen krachtens de Beëindigingsregeling varkensbedrijven in de EHS
Appellant had drie subsidieaanvragen ingediend op grond van de Beëindigingsregeling varkensbedrijven in de EHS (BEVAR), die door de minister op 18 mei 1999 werden afgewezen wegens het bereiken van het subsidieplafond. Na bezwaar verklaarde de rechtbank de beroepen gegrond en vernietigde de besluiten. De minister stelde daarop het bezwaar opnieuw ongegrond en appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de minister terecht had onderzocht dat subsidie onterecht was verleend aan bedrijven die geen varkens hielden, waardoor het subsidieplafond ten onrechte werd bereikt. Correctie van deze onrechtmatige subsidieverlening zou betekenen dat de aanvragen van appellant eerder in behandeling hadden kunnen worden genomen. De minister had dit onderzoek zorgvuldig verricht en de rechtbank had terecht geen aanleiding gezien om de minister te verplichten appellant voorafgaand aan de nieuwe beslissing te horen.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien tot proceskostenveroordeling. De uitspraak onderstreept het belang van correcte toepassing van de BEVAR en het subsidieplafond, waarbij alleen varkensbedrijven in aanmerking komen voor subsidie.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.