ECLI:NL:RVS:2003:AI1210
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- R.G.P. Oudenaller
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor bodemoverschrijding met Gogromat
Verzoeker kreeg een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 10.2, eerste lid, van de Wet milieubeheer door het buiten een inrichting op de bodem brengen van Gogromat. Verzoeker betoogde dat Gogromat geen afvalstof is, maar een bodemverbeteraar, en dat hij slechts zwarte grond met een bestanddeel Gogromat had ontvangen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat Gogromat moet worden aangemerkt als een afvalstof, omdat het afkomstig is van groenafval dat hoveniersbedrijven tegen betaling afgeven zonder de intentie om het als bodemverbeteraar te produceren. Ook het mengen met zuivere grond of compost leidt niet tot het vervallen van de kwalificatie afvalstof.
Verder werd vastgesteld dat onduidelijk is welke milieugevolgen de toepassing van Gogromat heeft, en dat de aanwezigheid van Gogromat op het perceel een overtreding vormt. De Voorzitter vond geen reden om een voorlopige voorziening te treffen, mede omdat de verwijdering van de resterende Gogromat geen onevenredige kosten met zich brengt.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom werd afgewezen.