ECLI:NL:RVS:2003:AI1220
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. van den Brink
- S.C. van Tuyll van Serooskerken
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering akte opsporingsbevoegdheid wegens gebrek aan betrouwbaarheid
Het College van procureurs-generaal weigerde op 22 november 2001 de aanvraag van appellant voor een akte van opsporingsbevoegdheid op grond van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar (Bbo). Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank te 's-Hertogenbosch. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Hiertegen stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het college zijn oordeel over de betrouwbaarheid van appellant baseerde op het Feitenoverzicht Bedrijfsprocessensysteem en eerdere gedragingen van appellant, waaronder het driemaal uitschrijven van een proces-verbaal buiten het toegestane territorium ondanks een verbod van de korpschef. Hoewel appellant stelde niet op de hoogte te zijn van klachten, bleek uit de stukken en zitting dat deze met hem besproken waren.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat appellant niet voldeed aan het vereiste van betrouwbaarheid zoals bedoeld in artikel 17 van Pro het Bbo. Het oordeel over bekwaamheid bleef onbesproken omdat de weigering op betrouwbaarheid was gebaseerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de akte van opsporingsbevoegdheid wegens onvoldoende betrouwbaarheid van appellant.