ECLI:NL:RVS:2003:AI1221
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- R.W.L. Loeb
- E.D. Boer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering aanlegvergunning en afwijzing voorlopige voorziening voor terreinverharding in agrarisch gebied
Het college van burgemeester en wethouders van Laarbeek weigerde appellant een aanlegvergunning voor een terreinverharding op een perceel met de bestemming 'Agrarisch gebied'. Tevens werd appellant gelast de opslag van materialen en de verharding te beëindigen en te verwijderen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Raad van State overwoog dat de opslag van materialen en de verharding in strijd zijn met het bestemmingsplan en dat appellant geen agrarisch bedrijf uitoefent. Het overgangsrecht was niet van toepassing omdat het gebruik al in strijd was met het vorige bestemmingsplan. Het college had terecht de aanlegvergunning geweigerd en de last opgelegd.
Het betoog van appellant dat sprake zou zijn van gedogen faalde, omdat het college pas in 1998 handhavend optrad en de verharding toen werd vernieuwd. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen. De gemeentelijke handhavingsnota bood geen recht op gedogen omdat deze na het besluit dateerde.
De Raad van State oordeelde dat nader onderzoek niet nodig was en bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de aanlegvergunning en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.