ECLI:NL:RVS:2003:AI1248
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Cleton
- R.H. Lauwaars
- M. Oosting
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen gedeeltelijke goedkeuring bestemmingsplan bedrijventerrein Coevorderweg Balkbrug
De gemeenteraad van Hardenberg stelde op 28 maart 2002 het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Coevorderweg Balkbrug' vast, dat voorziet in een uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein. De provincie Overijssel keurde het plan op 7 oktober 2002 deels goed en onthield goedkeuring aan bepaalde onderdelen, waaronder de planvoorschriften die de bedrijfsactiviteiten op het perceel van appellant beperkten tot caravanhandel en aan de vrijstellingsregeling.
Appellant stelde dat de beperkingen onterecht waren en dat een algemene bedrijfs- of detailhandelsbestemming passend zou zijn. Daarnaast voerde hij aan dat de motivering van de provincie onvoldoende was en dat sprake was van rechtsongelijkheid. De Raad van State overwoog dat de provincie rekening mocht houden met de nabijheid van woningen en de mogelijke nadelige effecten van bedrijfsactiviteiten op het woon- en leefklimaat.
De Raad stelde vast dat een algemene bedrijfsbestemming ongewenste ruimtelijke gevolgen kon hebben en dat de detailhandelsbestemming niet passend was binnen het streekplanbeleid, dat detailhandel concentreert in winkelgebieden. Ook was er geen sprake van rechtsongelijkheid omdat de andere percelen kleiner waren en anders gelegen. De vrijstellingsregeling was niet in strijd met de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het gedeeltelijk goedgekeurde bestemmingsplan is ongegrond verklaard.