ECLI:NL:RVS:2003:AI1249
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Oosting
- Ch.W. Mouton
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens overtreding vergunningvoorschriften parkeren en gebruik inrichting
Verweerder heeft aan appellante een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van voorschriften met betrekking tot parkeren en het gebruik van een vergunning verleend krachtens de Hinderwet. De last betreft het niet naleven van de vergunning van 23 augustus 1993, die het gebruik van de inrichting beperkt tot een bierbrouwerij en proeflokaal gedurende drie werkdagen per week van 07.00 tot 19.00 uur.
Appellante betoogt dat de vergunning ook andere activiteiten omvat en dat de parkeervoorschriften slechts een inspanningsverplichting zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat de vergunning strikt moet worden uitgelegd en dat overtredingen van de parkeervoorschriften zijn vastgesteld. Verweerder was daarom bevoegd tot het opleggen van de last onder dwangsom.
Appellante voert verder aan dat er zicht is op legalisatie vanwege een lopende aanvraag, maar de Afdeling oordeelt dat ten tijde van het besluit geen reëel zicht op legalisatie bestond. De belangenafweging rechtvaardigt het opleggen van de dwangsom. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard.