ECLI:NL:RVS:2003:AI1250
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- P.J.J. van Buuren
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontheffing beschoeiing volgens verordening Plassengebied
Het dagelijks bestuur van het Plassenschap Loosdrecht en Omstreken verleende ontheffing voor het maken van een beschoeiing op een perceel, onder de voorwaarde dat deze volgens een vloeiend verlopende lijn vlak langs de bestaande beschoeiing wordt geplaatst.
Appellant maakte bezwaar tegen deze ontheffing en het daaropvolgende besluit om geen bestuursdwang toe te passen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het dagelijks bestuur zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de beschoeiing vlak langs de bestaande beschoeiing is geplaatst, conform de voorwaarde en de beleidsnota die een maximale afstand van 0,75 meter toestaat om een vloeiende lijn te verkrijgen. De feitelijke situatie waarbij de nieuwe beschoeiing deels enkele centimeters uit de bomenrij staat, is daarmee verenigbaar.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.