ECLI:NL:RVS:2003:AI1252
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Oosting
- Ch.W. Mouton
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen revisievergunning fokvarkensbedrijf wegens stank- en vliegenoverlast
Bij besluit van 28 januari 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Houten een revisievergunning verleend aan een vergunninghouder voor een fokvarkensbedrijf. De vergunning betreft het houden van diverse dieren, waaronder kraamzeugen, zeugen, biggen, mestvarkens, schapen en paarden. De vergunning is gebaseerd op eerdere verleende vergunningen en houdt rekening met milieutechnische inzichten en wettelijke voorschriften.
Appellant stelde dat sprake is van onaanvaardbare cumulatieve stankhinder en voerde aan dat de situatie overbelast zou zijn. De verweerder heeft bij de beoordeling gebruikgemaakt van de Richtlijn veehouderij en stankhinder en andere relevante rapporten. De Afdeling constateerde dat het aantal mestvarkeneenheden in de nieuwe vergunning lager is dan in de eerdere vergunningen en dat de afstand tot woningen gelijk blijft. De stankemissie wordt daardoor niet als ontoelaatbaar beoordeeld.
Daarnaast betoogde appellant dat er onvoldoende voorschriften zijn gesteld ter voorkoming van vliegenoverlast. Verweerder stelde dat de vergunninghouder verplicht is maatregelen te nemen op grond van de Wet milieubeheer en dat biologische bestrijding wordt toegepast. Bedrijfsbezoeken toonden vrijwel geen vliegenoverlast aan. De Afdeling vond geen reden om aan te nemen dat nadere voorschriften nodig zijn.
Gelet op deze overwegingen verklaart de Afdeling het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de revisievergunning voor het fokvarkensbedrijf wordt ongegrond verklaard.