ECLI:NL:RVS:2003:AI1253
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- P.J.J. van Buuren
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens overtreding reclameverbod buiten bedrijfsperceel
Het college van gedeputeerde staten van Limburg legde appellante een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 1.1 van de Landschapsbeschermingsverordening Limburg 1996, omdat zij een reclamebord had geplaatst buiten een gebied dat als bedrijfsperceel geldt.
Appellante voerde aan dat het bord op een bedrijfsperceel was geplaatst en dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden vanwege onduidelijkheid over vergunningplicht en bevoegd gezag sinds 1983. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak.
De Raad overweegt dat het college terecht het begrip bedrijfsperceel heeft ingevuld als een agrarisch bouwblok volgens het bestemmingsplan. Het bord stond niet binnen dit bouwblok, waardoor het verbod van artikel 1.1 van de LBV van toepassing is. De hardheidsclausule is niet van toepassing omdat geen kennelijke onbillijkheid aannemelijk is gemaakt.
De Raad concludeert dat het college niet onredelijk heeft gehandeld en bevestigt het besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom wordt bevestigd.